Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 mei 2013 producties,
- akte houdende conclusie van antwoord tevens akte houdende overlegging van producties,
- het tussenvonnis van 24 juli 2013, waarbij een verschijning van partijen is bevolen,
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 31 oktober 2013, met de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
- vergoeding van gederfde licentie-inkomsten à € 240,- per foto per jaar, vergoeding van de (immateriële) schade beperkt tot 200% van de gederfde licentievergoeding vanwege inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten, door het niet kunnen stellen van voorwaarden met betrekking tot (o.a. de duur van) de inbreuk,
- en beperkt tot het bedrag waarvoor hij bereid was de kwestie buitengerechtelijk af te doen.
4.De beoordeling
1°. het werk waaruit geciteerd wordt rechtmatig openbaar gemaakt is;
2°. het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;
3°. artikel 25 in Pro acht wordt genomen; en
4°. voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld.
heeft gesteld dat hij steeds voor zijn tarieven aansluiting heeft gezocht bij de richtprijzen van de Fotografenfederatie genoemd in r.o. 2.12 en dat hij op basis daarvan voor gebruik op het internet € 240,00 per foto per jaar als licentievergoeding pleegt te bedingen en, zo begrijpt de kantonrechter, in 2007 ook placht te bedingen.
De kantonrechter zal het bedrag van € 480,00 aan gederfde licentievergoeding toewijzen.