Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
Belastingdienst Toeslagen,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving in 2011 een nabetaling van de Dienst Werk en Inkomen die betrekking had op de periode van 1 maart tot en met 31 december 2009. Zij stelde dat deze nabetaling aan 2011 toegerekend moest worden voor de zorgtoeslag, wat zou leiden tot een hoger toetsingsinkomen en recht op maximale toeslag. Verweerder paste het toetsingsinkomen over 2009 aan en stelde de zorgtoeslag definitief vast, waarna te veel ontvangen voorschotten werden teruggevorderd.
Eiseres betoogde dat de toegepaste systematiek strijdig was met artikel 13 EVRM Pro omdat meerdere instanties betrokken zouden zijn bij de beoordeling van haar geschil. De rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende onderbouwd was en dat de procedure bij de inspecteur voor de inkomstenbelasting het juiste en bevoegde traject is om het toetsingsinkomen te laten aanpassen.
De rechtbank verwees naar de wettelijke bepalingen in de Awir en de Wet op de zorgtoeslag die voorschrijven dat de aanslag inkomstenbelasting door de inspecteur bepalend is voor het toetsingsinkomen en dat de Dienst Toeslagen hieraan gebonden is. Omdat er geen wettelijke grond bestaat om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten, en eiseres de procedure bij de inspecteur niet had gevolgd, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor terugbetaling van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over zorgtoeslag 2011 wordt ongegrond verklaard omdat de nabetaling terecht aan 2009 is toegerekend.