Rabobank heeft Pallimax gedagvaard om een juiste gerechtelijke derdenverklaring af te leggen waarin wordt aangegeven welke vergoeding Pallimax aan haar bestuurder verschuldigd was ten tijde van en na de beslaglegging. Pallimax had een derdenverklaring afgelegd maar Rabobank betwistte de juistheid en onderbouwing hiervan.
De rechtbank stelde vast dat Pallimax onvoldoende en kennelijk onjuiste informatie had verstrekt ter onderbouwing van haar verklaring. Pallimax had geen inzicht gegeven in de precieze afspraken over winstdeling met de maatschap en had de relevante jaarrekeningen van de maatschap niet overgelegd. Ook waren de overgelegde jaarrekeningen van Pallimax zelf onvolledig en niet te rijmen met de gestelde kasstromen.
De rechtbank concludeerde dat Pallimax niet voldeed aan haar verplichting ex artikel 476a lid 1 Rv en feitelijk in gebreke was gebleven een juiste derdenverklaring af te leggen. Daarom werd Pallimax veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag was gelegd, vermeerderd met rente en proceskosten.