2.8.Op verzoek van [verzoeker] hebben op 13 juni 2012, 15 oktober 2012 en 1 maart 2013 voorlopige getuigenverhoren plaatsgevonden. Achtereenvolgens zijn [verzoeker], [naam 3], [naam 1], [naam 2] en [naam 4] gehoord. De in dat kader opgemaakte processen-verbaal luiden, voor zover hier van belang, als volgt:
“(…)[verzoeker](…) verklaart
(…) Voor het ongeval was ik naar de Makro aan de [straatnaam 1] in [plaats] geweest. Ik was op mijn Sparta Met. Toen ik daar wegreed op de [straatnaam 1] reed ik richting [straatnaam 2]. Voor [straatnaam 2] wilde ik linksaf het fietspad opgaan om later bij het stoplicht rechtdoor te gaan of over te steken. Zover is het echter niet gekomen. Ik kan me herinneren dat ik op [straatnaam 1] reed. Het volgende moment dat ik me herinner is dat ik op [straatnaam 2] was en dat er allemaal auto’s om me heen reden. Ik wilde zo snel mogelijk daar weg, naar de overkant. Ik zag een hoge stoep aan de overkant en wist op dat moment niet hoe ik daar overheen zou moeten komen. Het volgende moment dat ik me kan herinneren is dat ik wakker wordt in het ziekenhuis. Ik weet niet wat er verder gebeurd is.
(…) Het was druk op de weg, er waren veel auto’s. Ik kan me geen specifieke auto’s herinneren, ook niet de auto’s die bij het ongeval betrokken zouden zijn.
Ik werd in eerste instantie vervolgd voor het veroorzaken van dit ongeval. Toen ik bij de rechter was, was daar ook [naam 5], die in de stukken mevr. [naam 2] wordt genoemd. Zo kwam ik te weten dat ik was aangereden. (…)”
(…) De dag van het ongeval was een zaterdag, ik was met mijn vrouw naar de Makro aan de [straatnaam 1] geweest om inkopen te doen. We waren met de auto van mijn vrouw, dat was een grijze Renault Clio met kenteken [(...)]. (…) Toen wij vertrokken reden we op [straatnaam 1] richting [straatnaam 3]. Wij wilden rechtsaf slaan richting de Arena. Ik reed. Aangezien het druk was stond ik in de rij om rechtsaf te kunnen slaan. Toen ik aan de beurt was om rechtsaf te slaan, stond ik stil voor het fietspad en voor de opgang. Ik kon op dat moment nog niet rechtsaf slaan in verband met de drukte. (…) Er stond een file op [straatnaam 3] op de rechter baan vanwege de stilstaande auto’s op de [straatnaam 1] richting de Makro. Op de tweede baan op [straatnaam 3] richting de Arena reed het verkeer wel. Op het moment dat ik vooraan in de rij en stil stond passeerde aan mijn linkerzijde, tussen mij en de stilstaande auto’s op de andere weghelft, een fietser. Deze fietser stak het fietspad over, reed [straatnaam 3] op en werd daar op de tweede baan aangereden door een auto. Ik zag de fietser mij passeren toen deze mij bij het bestuurdersraam voorbij kwam. Door de aanrijding met de auto, een donkerrode of kerskleurige Opel Corsa, kwam de fiets of de fietser tegen een andere auto, een grote Jeep. Deze Jeep reed op [straatnaam 3], kwam uit de richting van de Arena en wilde linksaf afslaan [straatnaam 1] in.
De fietser heeft mijn auto niet geraakt en ik heb de fietser ook niet geraakt. U houdt mij voor dat gesteld is dat ik de fietser zou hebben aangereden. Ik vind dat absurd. Van een aanrijding kan geen sprake zijn omdat ik stil stond en rechtsaf wilde slaan en de fietser mij links passeerde en rechtdoor wilde oversteken.
Na de aanrijding heb ik mijn auto in de berm geparkeerd en heb ik 112 gebeld. (…)”
“(…)[naam 1](…) verklaart
(…) Ik heb een brief ontvangen met een oproep om te komen getuigen in deze zaak. Ik heb daarop contact opgenomen met advocaat Quispel, die mij zei dat de brommer een zetje zou hebben gehad van een andere auto. Ik heb Quispel daarop een email gestuurd en daarin geschreven dat ik graag mijn steentje wil bijdragen, maar dat ik niet heb gezien dat de brommer een zetje heeft gehad.
Ik reed op die dag, dat kan 7 maart 2009 zijn, in mijn grijze Opel Corsa. (…) Ik reed in de richting van de Arena op een weg die uit twee banen bestond. Op de rechter baan stond het verkeer stil. Daarom reed ik op de linkerbaan. Ik reed ongeveer 35 tot 40 km per uur. Ineens kwam er een brommer of een fietser van rechts die tegen mijn motorkap kwam. Ik heb nog geremd, maar dat mocht niet baten. (…)”
“(…)[naam 2](…) verklaart:
(…) U houdt mij voor productie 4 bij het verzoekschrift. Dat is inderdaad mijn eerdere schriftelijke verklaring. Die verklaring heb ik opgesteld voorafgaand aan de eerdere zitting op verzoek van de advocaat van [verzoeker]. Ik blijf ook vandaag bij hetgeen in die verklaring staat opgenomen.
Ten aanzien van het ongeval kan ik mij nog het volgende herinneren. Het was een zaterdag en ik was op weg naar de Makro. Ik bevond mij op [straatnaam 2], rijdend vanuit de ArenA. Ik wilde links afslaan naar de straat waar de Makro zich bevindt, de [straatnaam 1]. Daartoe stond ik stil op de meest linker uitvoegstrook. Ik moest wachten op de auto’s die van de andere kant voorbij kwamen. Het gedeelte van de weg dat ik nog moest oversteken, bestaat uit twee rijbanen. Op de linker rijbaan, de rijbaan waarnaast ik stilstond, bevond zich rijdend verkeer. De rijbaan daarnaast stond gedeeltelijk stil. Er bevond zich een file van auto’s die ook rechtsaf wilde slaan [straatnaam 1] op. Er was dus een file voor de afslag. Ik stond stil en keek naar links om te zien of ik al kon rijden. Ik zag [verzoeker] voor het eerst toen hij aan de achterkant werd geraakt door de Clio. Ik zag dat hij daardoor begon te slingeren en dat zijn stuur de deur aan de bestuurderskant van de Clio raakte. Vervolgens slingerde [verzoeker] verder [straatnaam 2] op en werd hij geraakt door een auto van een meneer die ik de dominee noem. (…) Deze auto raakte [verzoeker] aan de zijkant. Hierdoor werd [verzoeker] als het ware gelanceerd en landde hij met zijn Spartamed op mijn motorkap. (…) Ik heb toen wat ik gezien heb aan de politie verteld. De vrouw die in de Clio reed, zei dat zij [verzoeker] niet had geraakt. Ik ben met de politie naar haar auto toegelopen en heb gewezen op de twee deuken in de deur van de Clio. De vrouw ontkende dat zij [verzoeker] had geraakt en zei dat die deuken er al zaten. (…) In de deur van de Clio zaten twee putten waar het handvat van de Spartamed de deur had geraakt. (…)
Op vragen van [naam 6] antwoord ik als volgt:
(…) Toen [verzoeker] werd geraakt door de Clio, zag ik dat de Clio teneinde de bocht naar rechts te nemen een beetje naar links was uitgeweken en daardoor raakte de Clio [verzoeker]. (…)”
(…) Over de gang van zaken voorafgaand aan het ongeval kan ik me het volgende herinneren. Mijn man en ik hadden boodschappen gedaan bij de Makro en wilden met de auto terug naar [plaats]. We reden [straatnaam 1] uit en wilden in de richting van de Arena gaan. Het was druk. Op [straatnaam 1] stond een file tot aan [straatnaam 3] en er stond op de eerste rijbaan van [straatnaam 3] richting [straatnaam 1] een file en er stonden ook een paar auto’s te wachten op [straatnaam 3] vanuit de Arena om af te slaan naar [straatnaam 1]. Toen we bij een verhoging in het wegdek op [straatnaam 1] kwamen, werden we links ingehaald door een fietser. Die fietser ging rechtdoor. [straatnaam 3] heeft twee weghelften en de tweede rijstrook van de eerste weghelft was bijna leeg. Op de eerste rijstrook van de eerste weghelft stond de file. Een auto die reed op de tweede rijstrook van de eerste weghelft botste tegen de fietser aan. Op de hoek van [straatnaam 3] en [straatnaam 1] heeft mijn man, die de auto bestuurde, de auto geparkeerd. Hij heeft 112 gebeld. (…) Ik weet zeker dat onze auto de fietser niet heeft geraakt. (…) In onze auto zitten wel meer deuken. Ik weet niet precies hoe de deuken die u mij toont en die staan op de eerste foto erin zijn gekomen. Ik weet ook niet of die deuken er op het moment van ongeval al zaten. De fietser reed op een normale snelheid rechtdoor toen hij ons passeerde.
(…)”