Uitspraak
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1 PRIMAIR:
3.Voorvragen
waaronder…”. Daarna volgt een opsomming van vier concreet aangeduide aangiften omzetbelasting op naam van [bedrijf A] B.V. (hierna: [bedrijf A]).
- Ten aanzien van feit 1 primair de woorden “12” en “waaronder”
- Ten aanzien van feit 2 de woorden “31” en “waaronder”.
4.Het bewijs
- op 28 juni 2008 de aangifte OB over de maand mei 2008;
- op 3 juli 2008 de aangifte OB over de maand juni 2008;
- op 31 juli 2009 de aangifte OB over het tweede kwartaal 2009;
- op 7 december 2009 een suppletie aangifte OB over het jaar 2008.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 51, 57, 63, 231 van het Wetboek van Strafrecht;
- 68, 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.
10.Beslissing
2 (twee) jaren.