ECLI:NL:RBAMS:2013:6490
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Y.C. Poelmann
- G.H. Marcus
- M.W. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot partiële vereffening nalatenschap voor verkoop woning
ING verzocht de rechtbank om op grond van artikel 4:204 lid 1 sub a BW Pro een vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van een overledene, uitsluitend voor de verkoop en levering van een woning die verhypothekeerd was. De nalatenschap werd vermoed onbeheerd omdat erfgenamen waarschijnlijk beneficiair zouden verwerpen.
De hypotheekschuld was aanzienlijk hoger dan de executiewaarde van de woning, waardoor ING een groot belang had bij een onderhandse verkoop tegen een hoger bod dan de executiewaarde. ING wilde zo een restvordering voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om een partiële vereffening niet past binnen het wettelijke systeem, dat uitgaat van vereffening van de gehele nalatenschap. De procedure voor verkoop van een verhypothekeerde woning is dwingend geregeld in artikel 3:268 lid 2 BW Pro en kan niet worden omzeild. De enkele omstandigheid van een onverhaalbare restvordering rechtvaardigt geen afwijking van dwingend recht.
Ook het feit dat andere rechtbanken vergelijkbare verzoeken hadden toegewezen, was voor de rechtbank Amsterdam geen reden om anders te beslissen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar voor partiële vereffening van de nalatenschap wordt afgewezen.