ECLI:NL:RBAMS:2013:5512

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
2 september 2013
Zaaknummer
1421387 CV EXPL 13-7974
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 RvArt. 120 RvArt. 122 RvArt. 25 lid 2 FaillissementswetArt. 28 Faillissementswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid verzetsdagvaarding en gevolgen faillissement opposant in incassoprocedure

De zaak betreft een procedure tussen een opposant en twee stichtingen die premies vorderen. De opposant was in staat van faillissement verklaard na het verstekvonnis, maar kwam in verzet tegen dat vonnis met een verzetsdagvaarding die niet op correcte wijze was betekend.

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding aan het adres van de incassogemachtigde is betekend, wat niet voldoet aan artikel 63 Rv Pro, waardoor de verzetsdagvaarding nietigheid oplevert volgens artikel 120 Rv Pro. Echter, omdat de stichtingen tijdig hebben gereageerd en niet is gebleken dat zij onredelijk zijn geschaad, wordt de nietigheid niet uitgesproken.

Verder oordeelt de rechtbank dat het faillissement van de opposant niet verhindert dat hij in verzet komt tegen het verstekvonnis. Artikel 28 Faillissementswet Pro is van toepassing, waardoor de procedure kan worden voortgezet of geschorst om de curator te betrekken.

De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor een uitlating van de stichtingen over het al dan niet schorsen van de procedure en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: De nietigheid van de verzetsdagvaarding wordt niet uitgesproken en het faillissement staat het verzet niet in de weg; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht
Rolnummer: 1421387 CV EXPL 13-7974
Vonnis van: 23 juli 2013
F.no.: 519

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

verblijvende in [woonplaats]
opposant
nader te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. C.R. Hettema
t e g e n
1.
de STICHTING BEDRIJFTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG
2.
de STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS BEROEPSGOEDERENVERVOER OVE DE WEG EN VERHUUR VAN MOBIELE KRANEN
beide gevestigd te Groningen
geopposeerden
nader te noemen: de Stichtingen
gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 22 oktober 2012 is tegen [eiser] een verstekvonnis gewezen. [eiser] is van dat verstekvonnis in verzet gekomen. Na de verzetsdagvaarding van 21 maart 2013 heeft de kantonrechter bij instructie tussenvonnis besloten schriftelijk voort te procederen, waarna de Stichtingen een conclusie hebben genomen houdende niet-ontvankelijkheid van [eiser]. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [eiser] op die conclusie niet gereageerd.
De zaak staat voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.
[eiser] vordert het bij verstek gewezen vonnis van 22 oktober 2012 te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van de Stichtingen alsnog af te wijzen. Dit alles onder veroordeling van de Stichtingen in de kosten van beide procedures.
2.
De Stichtingen zijn van mening dat [eiser] om twee redenen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzet. Ten eerste, omdat de verzetsdagvaarding is uitgebracht (21 maart 2013) na datum faillissement van [eiser] (19 februari 2013), maar niet door een curator. Ten tweede, omdat de verzetsdagvaarding niet is betekend op het adres van de Stichtingen, maar op het adres van de incassogemachtigde, niet zijnde een advocaat of deurwaarder.
3.
De kantonrechter zal eerst de vraag beantwoorden of de verzetsdagvaarding op juiste wijze is betekend.
4.
Vast staat dat [eiser] de verzetsdagvaarding heeft betekend aan het adres waar de Stichtingen bij het uitbrengen van de oorspronkelijke dagvaarding van 14 september 2012 domicilie hebben gekozen, zijnde het adres van haar incassogemachtigde Vesting Finance.
5.
Uit onder meer het arrest HR 12 januari 1979, NJ 1979, 290 (Bosschart vs De Jong) volgt dat een woonplaatskeuze in de aanhef van de dagvaarding geen domiciliekeuze in de zin van artikel 1:15 BW Pro is, zodat de dagvaarding niet aan een adres van de Stichtingen is uitgebracht.
6.
Ingevolge artikel 63 Rv Pro kan een exploot, waarbij verzet wordt gedaan, worden uitgebracht aan het kantoor van de advocaat of de deurwaarder bij wie degene voor wie het exploot bestemd is, laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen.
Vesting Finance is geen deurwaarder of advocaat, zodat artikel 63 Rv Pro niet van toepassing is.
7.
Nu de verzetsdagvaarding niet aan het adres van de Stichtingen of het adres van haar deurwaarder is uitgebracht, lijdt de verzetsdagvaarding aan een gebrek dat in gevolge het arrest van de HR 29 juni 2001, LJN: AB2438/NJ 2001, 496 (gemeente Ubbengen/Leeders) op grond van artikel 120 Rv Pro nietigheid meebrengt.
De Stichtingen hebben zich op de eerstdienende dag gesteld, zodat de verzetsdagvaarding de Stichtingen heeft bereikt en de Stichtingen hebben - na verkregen uitstel - op de verzetsdagvaarding bij conclusie gereageerd. Niet gesteld of gebleken is dat de Stichtingen door het gebrek in hun procesbelangen (onredelijk) zijn geschaad. Onder deze omstandigheden wordt op grond van het bepaalde in artikel 122 Rv Pro de nietigheid van de verzetsdagvaarding niet uitgesproken.
8.
Vervolgens rijst de vraag of [eiser] bij dagvaarding van 21 maart 2013 in verzet kon komen, nadat hij eerder bij vonnis van 19 februari 2013 in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. E.I. Terborg-Wijnaldum tot curator en mr. M.J.E. Gerardts als rechter-commissaris.
9.
De kantonrechter stelt voorop dat de faillietverklaring niet tot gevolg heeft dat een gefailleerde niet meer in rechte kan optreden. De wet verbindt aan een faillissement wel gevolgen over de voortgang van de procedure – bijvoorbeeld al dan niet van rechtswege geschorst of de mogelijkheid tot schorsing teneinde de curator op te roepen – en of de boedel aan een rechterlijke uitspraak is gebonden. Zo bepaalt artikel 25 lid 2 Faillissementswet Pro dat een rechtsvordering, die tot onderwerp rechten of verplichtingen tot de failliete boedel heeft, die door of tegen de gefailleerde wordt ingesteld of voortgezet, een veroordeling van de gefailleerde tot gevolg heeft, welke veroordeling tegenover de failliete boedel geen rechtskracht heeft.
Dit betekent dat [eiser] van het bij verstek gewezen vonnis in verzet kan komen en daarmee in zijn vordering, zoals gedaan bij verzetsdagvaarding, kan worden ontvangen.
10.
Het uitbrengen van de verzetsdagvaarding heeft ingevolge artikel 147 Rv Pro tot gevolg dat de procedure wordt heropend.
11.
De vordering van de Stichtingen heeft betrekking op betaling van (ambtshalve opgelegde) premies die [eiser] in zijn hoedanigheid van werkgever jegens de Stichtingen verschuldigd zou zijn. De vordering is voor faillissement ingesteld en heeft betrekking op een voor faillissement opeisbare vordering en eerst hangende de procedure is de schuldenaar [eiser] failliet verklaard. Op deze rechtsvordering is artikel 28 Faillissementswet Pro van toepassing.
Dit betekent dat de kantonrechter de Stichtingen in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten of zij de procedure wensen te schorsen teneinde binnen een door de kantonrechter te bepalen termijn de curator in het geding te roepen of dat de procedure alleen tegen de gefailleerde wordt voortgezet met het daaraan in artikel 25 lid 2 Faillissementswet Pro verbonden rechtsgevolg.
12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van
20 augustus 2013voor akte uitlating aan de zijde van de Stichtingen over hetgeen hiervoor in r.ov. 11 is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juli 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.