Op 6 februari 2013 stak verdachte het slachtoffer met een schroevendraaier in de borststreek ter hoogte van het hart, waarna het slachtoffer overleed. Verdachte verklaarde dat een derde persoon het dodelijke letsel had toegebracht, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk vanwege gebrek aan bewijs en camerabeelden.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van voorbedachte raad, maar van een escalatie van een conflict over een bedrag van €50,-. De verklaring van getuigen, camerabeelden en het letsel bevestigden dat verdachte het dodelijke steekincident heeft gepleegd.
De rechtbank veroordeelde verdachte voor doodslag en legde een gevangenisstraf van 8 jaar op, lager dan de door de officier van justitie geëiste 15 jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het delict, de omstandigheden, eerdere veroordelingen van verdachte en het leed van de nabestaanden.