ECLI:NL:RBAMS:2013:4513

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2013
Publicatiedatum
22 juli 2013
Zaaknummer
KK 13-794
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629 BWArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming wegens strijdige onderhuur en huurbescherming onderhuurder

Eiseres, een woningbouwvereniging, vordert ontruiming van een woning die door de hoofdhuurder aan een onderhuurder is verhuurd in strijd met het huurcontract en het onderhuurverbod. De hoofdhuurder is veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en betaling van een boete van €4.500. De onderhuurder, die de woning bewoont met haar kind en zwanger is van een tweede, beroept zich op huurbescherming ex artikel 7:629 BW Pro.

De kantonrechter oordeelt dat de onderhuurder niet zonder recht of titel de woning bewoont en dat het aannemelijk is dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal beëindigen. Echter wordt een ontruimingstermijn van negen maanden toegekend om rekening te houden met haar belangen, mede vanwege haar gezinssituatie en het feit dat zij met haar woonduur binnen afzienbare tijd een andere woning kan vinden.

De belangen van eiseres bij handhaving van het verdelingssysteem en het voorkomen van voordringen worden erkend als zwaarwegend. De kosten worden gecompenseerd tussen eiseres en de onderhuurder. De vordering tot ontruiming tegen de hoofdhuurder wordt volledig toegewezen, met uitzondering van het recht voor eiseres om zelf te ontruimen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de kosten van het geding worden aan de hoofdhuurder opgelegd. De onderhuurder krijgt een ruime termijn om de woning te verlaten, waarmee een balans wordt gevonden tussen contractuele rechten en sociale belangen.

Uitkomst: Hoofdhuurder moet binnen zeven dagen ontruimen en boete betalen; onderhuurder krijgt negen maanden ontruimingstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM KORT GEDING

team kanton

kenmerk: KK 13‑794
17 juli 2013
11
Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van:

stichting Woningstichting Eigen Haard

gevestigd te Amsterdam
eiseres
gemachtigde: mr.M.S.Steen
t e g e n

1.[gedaagde 1] [woonplaats]

2.[gedaagde 2]wonende te [woonplaats]
gedaagde onder 1: niet verschenen nader te noemen [gedaagde 1]
gedaagde onder 2: verschenen nader te noemen [gedaagde 2]
gemachtigde: mr.A.van Koningsveld.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 5 juni 2013 heeft eiseres een voorziening bij voorraad gevorderd.
Ter terechtzitting van 10 juli 2013 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Eiseres is verschenen met gemachtigde. [gedaagde 2] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Deze laatste heeft het woord gevoerd aan de hand van overgelegde notities.
Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.Tot uitgangspunt dient het volgende:
1.1Op 2 maart 2005 heeft eiseres met [gedaagde 1] een huurovereenkomst gesloten voor de woning staande en gelegen aan de [straat] te [woonplaats]. De huur bedroeg toen Eur 306,33 p.m. Ca drie jaar geleden heeft [gedaagde 1] zijn woning onderverhuurd aan [gedaagde 2] voor Eur 500,- p.m. incl. gas en elektra.
1.[gedaagde 2] bewoont de woning met haar [kind]. Zij is zwanger van een tweede kind.
1.3Op 26 november 2012 troffen medewerkers van eiseres [gedaagde 2] aan in het gehuurde in het kader van een huisbezoek naar aanleiding van een melding dat [gedaagde 1] het gehuurde niet langer gebruikte.
1.[gedaagde 1] heeft op 18 maart 2013 in een gesprek met een medewerker van eiseres erkend dat hij huur ontving van [gedaagde 2] voor het gebruik van de door hem van eiseres gehuurde woning. Op diezelfde datum heeft [gedaagde 1] een verklaring huuropzegging ondertekend.
1.5Namens [gedaagde 2] is een beroep op (onder)huurbescherming gedaan bij brief van 26 april 2013.
2.Eiseres vordert als voorziening bij voorraad dat [gedaagde 1] wordt bevolen de ooit door hem gehuurde woning aan de [straat] te ontruimen. Tegen [gedaagde 2] vordert eiseres eveneens ontruiming. Voorts vordert eiseres betaling van Eur 4.500,- door [gedaagde 1] als boete voor de overtreding van het contractuele onderhuurverbod. Tegen beide gedaagden vordert eiseres hoofdelijke veroordeling in de kosten.
3.Tegen de niet verschenen [gedaagde 1] wordt de vordering als niet onrechtmatig of ongegrond toegewezen met dien verstande dat de vordering om eiseres te machtigen de ontruiming zelf te bewerkstelligen wordt afgewezen. Toewijzing van dat deel der vordering zou immers in strijd komen met het hierna te bespreken recht op huurbescherming van [gedaagde 2]. De kosten van de publicatie van het exploit zijn niet opgegeven en kunnen daarom niet worden toegewezen.
4.Ten aanzien van [gedaagde 2] stelt eiseres dat zij zonder recht of titel het gehuurde bewoont. Voorts stelt zij dat haar beroep op huurbescherming dient te worden afgewezen omdat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van haar kan worden gevergd dat zij de huur met [gedaagde 2] voortzet. Haar belangen bij de vordering heeft zij toegelicht.
5.Terecht heeft [gedaagde 2] aangevoerd dat zij het gehuurde niet zonder recht of titel bewoont. Zij heeft een beroep op huurbescherming ex artikel 7:629 lid 1 BW Pro. De vraag is of dermate aannemelijk is dat de bodemrechter deze door eiseres voortgezette huur zal beëindigen in een door eiseres aan te spannen geding dat daarop thans vooruit gelopen kan worden.
6.Eiseres heeft de volgende argumenten voor ontruiming, zakelijk weergegeven:
. [gedaagde 2] wist dat zij voordrong. Zij kende haar (rechts)positie. Zij heeft er rekening mee gehouden of kunnen houden dat zij tijdelijk in het gehuurde kon verblijven.
. Afwijzing van de vordering doorkruist het woonruimteverdelingsbeleid van Amsterdam en eiseres. Het zou een fout signaal afgeven naar andere onderhuurders die door onder te huren voordringen.
. Het belang van [gedaagde 2] rechtvaardigt afwijking van het verdelingssysteem onvoldoende. Met haar woningduur van 9 jaar kan zij via Woningnet binnen afzienbare tijd een andere woning vinden.
7.Voor een tweekamerwoning als die waar het hier om gaat bestaat een wachtduur van ongeveer 10 a 15 jaar, aldus eiseres. Met een woonduur van 9 jaar zou zij thans min of meer aan de beurt zijn voor de woning die zij thans huurt. Op dit moment voldoet [gedaagde 2] voorts aan de vereisten die de gemeente stelt voor afgifte van een huisvestingsvergunning aan haar (voor deze woning). In zoverre doorkruist haar bewoning het huisvestingsbeleid van de gemeente Amsterdam dan ook niet. Met twee kinderen zal [gedaagde 2] een andere woning moeten zoeken.
8.Hoewel gesteld kan worden dat [gedaagde 2] gebruik heeft gemaakt van de wanprestatie van [gedaagde 1] (onderverhuren in weerwil van een contractueel verbod daartoe) en zij aldus onrechtmatig handelde jegens eiseres wordt daaraan niet de consequentie verbonden dat zij daarom binnen een week het gehuurde moet ontruimen (zoals gevorderd) omdat zij met ontruiming rekening had kunnen houden of omdat zij een signaalfunctie moet vervullen (zie 6a en 6b). De omstandigheid dat [gedaagde 2] drie jaar geleden met 6 jaar woonduur en een kind (op komst) haar kans greep op huisvesting brengt met zich dat met haar belangen thans meer rekening wordt gehouden dan eiseres vordert.
9.Het abstracte belang van eiseres bij handhaving van haar verdelingssysteem is groot, zeker in een stad waar grote schaarste bestaat aan distributiewoningen en waar zittende huurders van dergelijke woningen op grote schaal de regels ontlopen. Aangenomen wordt dat in een bodemprocedure vorenbedoeld belang van eiseres dermate zwaar zal wegen dat het individuele belang van [gedaagde 2] daaraan ondergeschikt zal worden geacht. Dat laat onverlet dat [gedaagde 2] niet 'gestraft' hoeft te worden door thans de vordering tot ontruiming zonder meer toe te wijzen. Er wordt een ontruimingstermijn bepaald van negen maanden.
10.[gedaagde 2] wordt niet aangemerkt als (hoofdzakelijk) in het ongelijk gestelde partij. De kosten worden daarom gecompenseerd.

BESLISSING

De kantonrechter:
Iveroordeelt [gedaagde 1] om het gehuurde binnen zeven dagen te ontruimen en ter beschikking van eiseres te stellen;
IIveroordeelt [gedaagde 1] om aan eiseres te betalen EUR 4.500,- aan boete;
IIIveroordeelt [gedaagde 1] in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres gevallen, tot op heden begroot op:
  • griffierecht
  • dagvaardingskosten
  • salaris van de gemachtigde
-----------
EUR 940,82in totaal,
voor zover verschuldigd, inclusief BTW;
IVveroordeelt [gedaagde 2] om uiterlijk negen maanden na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van eiseres te stellen welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm cfm het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
Vcompenseert de kosten van eiseres en [gedaagde 2];
VIverklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
VIIwijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door C.von Meyenfeldt, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Rechtbank Amsterdam van 17 juli 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter