1.Als gesteld en niet voldoende weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:
1.1.Bij schriftelijke huurovereenkomst van 6 april 1994 heeft (de rechtsvoorganger van) Bouwinvest aan [gedaagde] in huur gegeven de 2-onder-1 kapwoning aan de [straat] te [plaats] - hierna het gehuurde - . Aan de huurovereenkomst is een - kennelijk algemene - inventarislijst gehecht die van toepassing is op “huurwoningen[plaats]”. In de inventarisatielijst wordt verwezen naar een inspectierapport. Het inspectierapport is niet overgelegd.
1.2.In de huurovereenkomst wordt verwezen naar de Algemene Bepalingen, gedeponeerd op 5 maart 1993 bij de griffie van de rechtbank Amsterdam (hierna: de algemene huurvoorwaarden). Deze algemene huurvoorwaarden zijn niet overgelegd.
1.3.[gedaagde] heeft van de vorige huurder – de familie [naam 2] – een aantal inventarisgoederen in het gehuurde overgenomen en daarvoor een bedrag van NLG 21.000,00 (€ 9.529,38) betaald. Het gaat daarbij onder meer om vloerbedekking, lamellen, gordijnen, tuinaanleg, tuinmeubelset, tuingereedschap, koelkast, wasmachine, bedden en plafondlampen.
1.4.In 2012 is geconstateerd dat in het gehuurde een hennepkwekerij werd geëxploiteerd.
1.5.De huurovereenkomst is (in ieder geval) op 31 juli 2012 geëindigd.
1.6.Bij brief van 27 juni 2012 nodigt Bouwinvest [gedaagde] uit aanwezig te zijn bij de (voor)inspectie van het gehuurde. [gedaagde] antwoordt bij brief van 1 juli 2012, dat bij hem de financiële middelen ontbreken om aanwezig te zijn. Voorts sluit [gedaagde] bij deze brief de resterende sleutels bij.
1.7.Op 11 juli 2012 voert [bedrijf 1], de beheerder van het gehuurde, de (voor)inspectie uit en maakt daarvan een proces-verbaal van constatering op. In dit proces-verbaal worden de onderdelen in het gehuurde, die herstel behoeven, gespecificeerd met bij ieder onderdeel een indicatie van de kosten die met het herstel zullen zijn gemoeid. De totale kosten worden geraamd op € 22.975,00 incl. btw.
1.8.Bij aangetekend verzonden brief van 12 juli 2012 zendt [bedrijf 1] het proces-verbaal van constatering aan [gedaagde] toe en nodigt hem uit vóór 17 juli 2012 kenbaar te maken of en welke werkzaamheden [gedaagde] zelf wil uitvoeren. Mocht het noodzakelijk zijn dat Bouwinvest de herstelwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk uitvoert, dan zullen de kosten daarvan voor [gedaagde] zijn.
1.9.Bij aangetekend verzonden brief van 25 juli 2012 bericht [bedrijf 1] dat in de tuin veel afval is aangetroffen dat opgeruimd moet worden en waarbij de tuin op orde moet worden gebracht. Deze kosten worden begroot op € 7.000,00.
1.10.Elektro Technisch Bureau [bedrijf 5] brengt bij factuur van 13 augustus 2012 € 214,20 incl. btw in rekening. De werkzaamheden betreffen het in orde maken van de E-installatie nadat de wietplantage was verwijderd.
1.11.Bij factuur van 21 september 2012 brengt [bedrijf 2] (schoonmaak- en bedrijfsdiensten) aan Bouwinvest voor werkzaamheden in het gehuurde een bedrag van € 16.865,55 in rekening. Voor de specificatie van de werkzaamheden wordt verwezen naar de (niet overgelegde) offerte.
1.12.[bedrijf 3] brengt bij factuur van 27 september 2012 een bedrag van € 3.119,44 in rekening. Deze factuur heeft onder meer betrekking op het herstel van de keuken.
1.13.Bij factuur van 4 oktober 2012 factureert Loodgietersbedrijf [bedrijf 4] voor werkzaamheden aan het gehuurde aan Bouwinvest het bedrag van € 1.167,43 incl. btw.
1.14.Bouwinvest laat [gedaagde] bij brief van 14 november 2012 onder meer weten, dat de totale kosten van herstel van het gehuurde € 21.366,62 (woonschade) is. [gedaagde] wordt gesommeerd dit bedrag binnen 14 dagen te voldoen.
1.15.Als betaling achterwege blijft, wordt [gedaagde] bij brieven van 8 januari 2013, 16 januari 2013 en 24 januari 2013 gesommeerd het bedrag van € 21.366,62, vermeerderd met incassokosten en gederfde rente, te voldoen.
1.16.Bij vonnis van 6 maart 2013 (rolnummer CV 12-22524) beslist de kantonrechter op de vordering van Bouwinvest, zoals gedaan bij dagvaarding van 13 juli 2012, tot betaling van de huurachterstand met rente en kosten. De kantonrechter wijst in dit vonnis onder meer toe het bedrag van € 4.676,95 aan huurachterstand, € 535,50 aan buitengerechtelijke kosten en € 927,64 aan proceskosten.