Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[Gedaagde 1],
[Gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 80,65
- griffierecht 589,00
- salaris advocaat
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Ymere vordert ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [Gedaagde 1]. [Gedaagde 1] en [Gedaagde 2] zijn twee keer een geregistreerd partnerschap aangegaan, telkens kort gevolgd door ontbinding, waarbij het doel was om [Gedaagde 2] medehuurder te laten worden.
De rechtbank stelt vast dat het partnerschap als schijnhandeling is gebruikt om de huurrechten van [Gedaagde 2] te verkrijgen, terwijl feitelijk geen sprake was van een relatie of gezamenlijke bewoning. Dit leidt ertoe dat het beroep op artikel 7:266 BW Pro (medehuurderschap door geregistreerd partnerschap) onaanvaardbaar is.
Omdat [Gedaagde 1] de woning heeft verlaten en [Gedaagde 2] geen geldige huurrechten heeft, is ontruiming toewijsbaar. Ymere heeft een spoedeisend belang vanwege de schaarste aan sociale huurwoningen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op drie maanden na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontruiming toe en stelt een termijn van drie maanden voor ontruiming na betekening.