ECLI:NL:RBAMS:2012:CA4008
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Korsten-Krijnen
- H.J. Fehmers
- H.C. Bijleveld
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over rechtsmacht Nederlandse rechter bij geschil over bankfraude en zorgplicht UBS
In deze zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een vordering van eiseres [A] tegen UBS AG en [B]. [A] vordert dat UBS wordt veroordeeld wegens tekortkoming in de nakoming en onrechtmatige daad, gerelateerd aan fraude gepleegd door [B] die als haar gevolmachtigde handelde.
UBS beroept zich op een exclusief forumkeuzebeding in een tussen partijen gesloten overeenkomst uit 1993, dat de rechtbank te Zürich als enige bevoegde rechter aanwijst. De rechtbank oordeelt dat dit forumkeuzebeding geldig is en van toepassing op de vorderingen van [A], ook voor onrechtmatige daad, omdat deze voortvloeien uit hetzelfde feitencomplex.
[ A] stelt zich daarnaast op het standpunt dat UBS aansprakelijk is voor de in Nederland gepleegde fraude van [B] als haar hulppersoon op grond van artikel 6:171 BW Pro, en dat dit de Nederlandse rechter rechtsmacht geeft. De rechtbank acht dit een relevante bevoegdheidsgrond en verzoekt partijen om nadere toelichting en vertalingen van relevante documenten.
De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar een latere rol voor nadere stukken, waarbij zij aangeeft dat zij vooruitloopt op mogelijke beslissingen in de hoofdzaak door nu reeds de bevoegdheid te toetsen aan artikel 6:171 BW Pro. Het tussenvonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2012.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de bevoegdheid aan voor nadere toelichting over de kwalitatieve aansprakelijkheid van UBS.