ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ2080
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving voorlopige ondertoezichtstelling en afwijzing spoedmachtiging uithuisplaatsing pasgeboren baby
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een pasgeboren baby. De kinderrechter behandelde deze verzoeken op 26 november 2012 en besloot de voorlopige ondertoezichtstelling te handhaven tot 13 februari 2013 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 27 november 2012.
De ouders werden bijgestaan door hun raadsvrouw en een tolk. Diverse hulpverleners, waaronder vertegenwoordigers van Spoedhulp, de William Schrikker Stichting en de Raad, waren aanwezig. De ouders beschikken over een uitgebreid familienetwerk en krijgen ondersteuning van wijkverpleging en andere instanties.
De raadsvrouw van de ouders voerde aan dat ondanks een verminderd IQ van de moeder en een gehoorprobleem van de vader, de ouders liefdevol en bekwaam zijn om voor de baby te zorgen. Zij verzocht om onmiddellijke thuisplaatsing, zonder te wachten op nader onderzoek.
De kinderrechter oordeelde dat thuisplaatsing verantwoord is mits de ouders blijven samenwerken met hulpverlening. Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing aansluitend aan de spoedmachtiging werd afgewezen. De behandeling van het verzoek tot ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wordt voortgezet op een zitting vóór 13 februari 2013.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en ouders dienen bij te dragen in de kosten conform de Wet op de Jeugdzorg.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling wordt gehandhaafd en het verzoek tot spoedmachtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen, met de mogelijkheid tot thuisplaatsing onder voorwaarden.