ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0836
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deeltoestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal en valsheid in geschrift
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 oktober 2012 een vordering tot overlevering van een Litouwse staatsburger op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Litouwse justitiële autoriteiten. Het EAB betrof twee strafbare feiten: georganiseerde diefstal en valsheid in geschrift.
De rechtbank stelde vast dat het eerste feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW) staat, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Voor het tweede feit, valsheid in geschrift, is dubbele strafbaarheid vereist. De rechtbank concludeerde dat dit feit ook strafbaar is in Nederland, maar dat overlevering daarvan wordt geweigerd omdat het feit geheel in Nederland is gepleegd en de officier van justitie niet de vereiste aanvullende vordering heeft gedaan zoals voorgeschreven in artikel 13 lid 2 OLW Pro.
De verdediging verzocht om schorsing van het onderzoek om onschuld te kunnen aantonen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de verdediging onvoldoende bewijs kon leveren en de wettelijke termijnen in acht moesten worden genomen. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan voor het eerste feit en te weigeren voor het tweede feit. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor georganiseerde diefstal en geweigerd voor valsheid in geschrift.