ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0418
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering executieoverlevering wegens ontbreken dubbele strafbaarheid bij niet-naleving alimentatieplicht
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 november 2012 een vordering tot executieoverlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse rechtbank in Gliwice. De opgeëiste persoon werd verdacht van het niet betalen van alimentatie voor zijn minderjarige dochter, wat volgens de Poolse autoriteiten een strafbaar feit opleverde.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en de geldigheid van de betekening van de dagvaarding. Hoewel de dagvaarding aan de moeder van de verdachte was uitgereikt, oordeelde de rechtbank dat dit volgens Pools recht gelijkstaat aan een betekening in persoon, zodat geen weigeringsgrond op dit punt bestond.
De kern van het geschil betrof de vraag of het niet betalen van alimentatie ook onder Nederlands recht strafbaar is en daarmee dubbele strafbaarheid bestond. De rechtbank overwoog dat het niet betalen van alimentatie op zichzelf geen strafbaar feit is in Nederland. Wel zou dit onder artikel 255 Sr Pro kunnen vallen indien sprake is van opzet gericht op het brengen van het kind in een hulpeloze toestand. De rechtbank concludeerde dat uit de feiten niet blijkt dat de verdachte dit opzet had, ook niet voorwaardelijk.
Daarmee ontbrak de dubbele strafbaarheid en kon de overlevering niet worden toegestaan. Ook voor het tweede vonnis in het EAB werd overlevering geweigerd omdat de opgelegde straf minder dan twaalf maanden bedroeg. De rechtbank weigerde derhalve de overlevering van de verdachte aan Polen.
Uitkomst: De rechtbank weigert de executieoverlevering van de verdachte aan Polen wegens het ontbreken van dubbele strafbaarheid.