ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8321
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang hoogzwangere vrouw
Verzoekster, hoogzwanger en met een tweejarige dochter, vroeg om spoedige opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) nadat haar tijdelijke verblijfplaats kwam te vervallen. Zij verbleef rechtmatig in afwachting van haar verblijfsprocedure en maakte bezwaar tegen het afwijzende besluit van de gemeente Amsterdam.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster niet tot de kring van rechthebbenden volgens artikel 8 WMO Pro behoort, maar wel mogelijk aanspraak kan maken op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) als voorliggende voorziening. Jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep ondersteunt deze uitleg.
Hoewel verzoekster en haar dochter als kwetsbare personen bescherming genieten onder artikel 8 EVRM Pro, kon op die grond geen recht op opvang worden toegekend. De rechtbank oordeelde dat het op verzoekster ligt om haar aanspraak op opvang bij het COA te effectueren.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, ondanks het spoedeisende belang. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd op 20 november 2012 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M. de Rooij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat opvang via het COA als voorliggende voorziening geldt.