ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7600
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter wegens het niet verlenen van een akte van niet dienen op grond van artikel 133 lid 4 Rv Pro. Verzoeker stelde dat de conclusie van antwoord in reconventie niet tijdig was ingediend, wat strijdig zou zijn met een instructie tussenvonnis en het rolreglement, en dat de rechter hierdoor partijdig zou zijn.
De rechter stelde dat de termijn van zeven dagen bedoeld is om de wederpartij gelegenheid te geven zich voor te bereiden, en dat bij het niet naleven van deze termijn de wederpartij alsnog na de comparitie kan reageren. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet te laat was ingediend en dat de beslissing van de rechter niet onbegrijpelijk was. Tevens werd geoordeeld dat de uitlatingen van de rechter ter zitting geen grond voor wraking vormden.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Omdat de beslissing van de kantonrechter een redelijke procesbeslissing was en niet voortkwam uit vooringenomenheid, werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.