ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6907
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke aanstelling bij wijze van proef
Verzoekster was sinds 1 februari 2009 in tijdelijke dienst als Administrateur C bij de gemeente Amsterdam, met meerdere verlengingen tot 1 februari 2012. Vanaf 1 januari 2012 werd zij aangesteld in tijdelijke dienst bij wijze van proef als Administrateur met het vooruitzicht bij goed functioneren een vast dienstverband te krijgen. Tijdens deze proefperiode vonden meerdere beoordelingsgesprekken plaats waaruit bleek dat verzoekster niet voldeed aan de gestelde eisen.
Verzoekster stelde dat haar aanstelling van rechtswege moest worden omgezet in een vaste aanstelling omdat zij de maximale duur van 36 maanden tijdelijke dienst had overschreden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de proefaanstelling niet onder de omzettingsregeling van artikel 2.5 NRGA valt en dat de functie bij wijze van proef een andere functie betreft dan haar eerdere tijdelijke aanstelling.
De rechtbank achtte de beoordeling van verweerder dat verzoekster niet voldeed aan de functie-eisen redelijk en voldoende gemotiveerd. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat zij binnen afzienbare tijd aan de eisen zou voldoen. Gezien de belangenafweging en het ontbreken van spoedeisend belang wees de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke aanstelling bij wijze van proef wordt afgewezen.