ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5207
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- C. Bakker
- M.C. Eggink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen aan in Marokko wonende aanvrager
Eiser, woonachtig in Marokko, vroeg een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) voor zijn zoon die eveneens in Marokko woont. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond omdat eiser en zijn zoon niet in Nederland of de EU wonen.
De rechtbank oordeelde dat eiser het beroep ontvankelijk had ingediend ondanks de overschrijding van de beroepstermijn, gezien zijn woonplaats in Marokko en tijdige verzending per post. Juridisch werd vastgesteld dat de TOG-regeling vereist dat de aanvrager in Nederland woont, wat in casu niet het geval was.
Verder werd geoordeeld dat eiser geen rechten kon ontlenen aan de EG-Verordening 883/2004, omdat hij geen binnen de EU migrerende werknemer is en noch hij noch zijn zoon in een EU-lidstaat wonen. Ook het discriminatieverbod uit artikel 65 van Pro de Associatieovereenkomst EG-Marokko was niet van toepassing omdat de kinderen niet binnen de EU wonen.
Ten aanzien van het Algemeen Verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV) werd geconcludeerd dat het indirecte onderscheid naar nationaliteit gerechtvaardigd is door het soevereiniteitsbeginsel en het doel van de volksverzekeringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser en zijn zoon niet in Nederland wonen.