ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3845
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning en ontheffing wegens onjuiste toepassing provinciale verordening en gebrekkige motivering
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het college van B&W en gedeputeerde staten inzake de bouw van drie woningen aan de Dwarslaan te Blaricum. De aanvraag om vrijstelling viel onder de Wet ruimtelijke ordening (WRO) omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Wro was ingediend. De rechtbank oordeelt dat de provinciale verordening (PRV 2009 en PRVS 2010) niet van toepassing is op het bouwplan, zodat ontheffing daarvan niet nodig was.
De verklaring van geen bezwaar werd afgegeven ondanks dat het plan deels buiten de rode contouren van het stedelijk gebied ligt, wat in strijd is met het streekplan Noord-Holland Zuid 2003 en de PRV 2009. De rechtbank stelt dat gedeputeerde staten de juiste streekplanafwijkingsprocedure hadden moeten volgen, die een zwaardere advisering vereist. Hoewel diverse commissies zijn gehoord, is de motivering van de verklaring van geen bezwaar onvolledig en onzorgvuldig, met name omdat de sanering van de voormalige vuilstort als kwaliteitsverbetering werd meegewogen, terwijl dit een wettelijke verplichting is en geen bijzondere omstandigheid vormt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit, en draagt het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens worden het college en gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bouwvergunning en ontheffing wegens onjuiste toepassing van de provinciale verordening en gebrekkige motivering en draagt op tot een nieuwe beslissing.