ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3843
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- A.J.R.M. Vermolen
- T.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxichauffeursvergunning onterecht wegens onduidelijkheid vervoerplicht honden
Eiser, houder van een belanghebbendenvergunning voor de taxistandplaats Centraal Station Amsterdam, kreeg zijn vergunning voor twee maanden ingetrokken omdat hij weigerde een passagier met een chihuahua te vervoeren. Verweerder beriep zich op een voorschrift verbonden aan de vergunning dat weigering van ritten verbood, behalve bij personen in beschonken toestand of dreiging met geweld.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet gebaseerd was op de Algemene Voorwaarden voor Taxivervoer, maar op de Parkeerverordening 2009. De rechtbank oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders op grond van deze verordening bevoegd is voorschriften te verbinden aan vergunningen en deze bij overtreding in te trekken.
Echter, het voorschrift omtrent weigering van ritten was sinds 1 februari 2012 gewijzigd en daardoor onduidelijk geworden, met name over de verplichting tot het vervoeren van honden. De rechtbank concludeerde dat het voorschrift zo kan worden geïnterpreteerd dat een taxichauffeur het vervoeren van honden mag weigeren, behalve hulp- en blindengeleidehonden.
Daarom mocht verweerder de vergunning niet intrekken. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de taxichauffeursvergunning wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over het vervoeren van honden.