ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3399
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over betaling en rente na faillissementsvordering
Eiser is bij vonnis veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de curator van een voormalig zakenpartner, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 1993. De curator heeft aangekondigd executoriale verkoop van onroerende zaken van eiser, waarbij de vordering aanzienlijk hoger is begroot. Eiser verzet zich tegen de executie en stelt dat bepaalde bedragen in mindering moeten worden gebracht en dat de rente volgens het oude Burgerlijk Wetboek moet worden berekend.
De voorzieningenrechter overweegt dat de curator per saldo een onbetaalde vordering heeft en dat de vordering tot staking van de executie daarom niet kan worden toegewezen. Wel wordt geoordeeld dat de rente enkelvoudig moet worden berekend volgens het oude recht, omdat de vordering is ontstaan vóór de invoering van het nieuwe BW en het overgangsrecht van toepassing is.
Daarnaast wordt vastgesteld dat een betaling van NLG 20.000 door een vennootschap namens eiser moet worden verrekend met de vordering. Het beroep van eiser op een cessie van een deel van de vordering wordt verworpen omdat hij zich hier niet op heeft beroepen in de bodemprocedure. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de gevraagde staking van executie af en bepaalt dat de rente volgens het oude BW enkelvoudig moet worden berekend, met verrekening van bepaalde betalingen.