ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2947
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling meineed door valse getuigenverklaring bij kantonrechter
De rechtbank Amsterdam heeft op 2 november 2012 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte wegens meineed. Verdachte had op 5 augustus 2009 als getuige bij de kantonrechter verklaard dat hij dacht dat zijn echtgenote hem eind 2004 had geïnformeerd over een contract met Dexia Bank. Uit bewijsstukken, waaronder een telefoongesprek uit 2002, bleek echter dat verdachte al eerder van het contract op de hoogte was.
De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk vals had verklaard, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte dacht de waarheid te spreken en niet bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard onwaar te verklaren. De rechtbank oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was en dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan meineed.
De rechtbank legde een taakstraf van 180 uur op, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en vervangende hechtenis voor het niet nakomen van de taakstraf. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de persoon van verdachte, waarbij rekening is gehouden met het tijdsverloop en eerdere justitiële documentatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk, wegens meineed.