ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2664
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het verzoek betrof zowel overlevering ten behoeve van vervolging als ten behoeve van executie van vrijheidsstraffen.
De verdachte werd verdacht van meerdere strafbare feiten waaronder diefstal, poging tot diefstal en een drugsdelict. De rechtbank stelde vast dat deze feiten zowel onder Pools als Nederlands recht strafbaar zijn en voldeden aan de vereisten voor overlevering.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering ten behoeve van vervolging en executie voor twee van de drie zaken (zaak I en II) toegestaan kon worden. Voor zaak III, waarbij de verdachte niet in persoon zou zijn verschenen bij de zitting, werd de overlevering geweigerd op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet, omdat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte het vonnis kende en tijdig een rechtsmiddel kon instellen.
De rechtbank verwierp het verweer van de officier van justitie dat de weigeringsgrond niet van toepassing was en baseerde zich op de mededelingen van de Poolse autoriteiten en de uitleg van artikel 12 OLW Pro. De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor vervolging en executie van twee zaken, maar geweigerd voor de derde zaak wegens toepassing van artikel 12 OLW.