ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2647
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Finse autoriteiten. De opgeëiste persoon wordt verdacht van vijf strafbare feiten met betrekking tot illegale handel in verdovende middelen. De verdediging verzocht om aanhouding van de zaak om het Nederlandse strafdossier van een medeverdachte te kunnen bestuderen ter onderbouwing van het onschuldverweer, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, wat een mogelijke weigeringsgrond vormt volgens artikel 13 OLW Pro. De officier van justitie verzocht echter om af te zien van deze weigeringsgrond met onderbouwing dat de vervolging in Finland is gestart en Nederland geen strafrechtelijk onderzoek tegen de opgeëiste persoon voert. De rechtbank oordeelde dat deze vordering redelijk was en dat de weigeringsgrond niet van toepassing is.
Daarnaast werd een garantie gegeven dat bij veroordeling in Finland de opgeëiste persoon de straf in Nederland kan ondergaan conform het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat geen andere weigeringsgronden aanwezig zijn, waarna de overlevering werd toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Finland toe en wijst het verzoek tot aanhouding af.