ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2616
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling verkoopopbrengst en kosten na beëindiging samenwoning ex-partners
Twee ex-samenwoners, [A] en [B], hadden een affectieve relatie van 2005 tot 2009 en kochten samen een woning met een hypothecaire lening. Na beëindiging van hun relatie ontstond een geschil over de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning, de hypotheeklasten, gebruikersvergoeding en verbouwingskosten.
De rechtbank oordeelde dat de verkoopopbrengst van de woning en de roerende zaken gezamenlijk verdeeld moesten worden, waarbij rekening werd gehouden met eerdere aflossingen en boetebedragen. De hypotheeklasten tot januari 2009 werden geacht gelijk verdeeld te zijn, terwijl vanaf januari 2009 [A] de woning exclusief gebruikte. Desondanks bleef [B] gehouden aan de helft van de hypotheeklasten, maar kreeg hij een gebruiksvergoeding toegewezen waardoor hij per saldo een bedrag van €3.405,- van [A] ontvangt.
Verder werden investeringen in de woning tot januari 2009 gelijk verdeeld, terwijl latere investeringen van [A] uit eigen middelen niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De rechtbank wees de meeste vorderingen toe en bepaalde de verdeling van het depotbedrag bij de notaris.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen deels toe en bepaalt een gelijke verdeling van de verkoopopbrengst, met specifieke betalingen tussen partijen en compensatie van proceskosten.