ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1996
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering aan Bulgarije ondanks bezwaren over procedure en mensenrechten
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Bulgarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Stadrechtbank Sofia. De verdachte werd verdacht van medeplegen van georganiseerde diefstal met geweld op 26 januari 2000. De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende onderbouwing bevatte en dat er sprake was van ernstige schendingen van fundamentele rechten, waaronder mishandeling tijdens voorarrest en een oneerlijk proces in Bulgarije.
De rechtbank oordeelde dat in overleveringsprocedures niet het bewijs of de rechtvaardigheid van de verdenking wordt beoordeeld, maar dat dit aan de rechter in de uitvaardigende lidstaat is. De vermeende schendingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) werden niet voldoende concreet onderbouwd om de overlevering te weigeren. Medische rapporten die mishandeling zouden aantonen, ontbraken of waren onvoldoende. Ook werd geoordeeld dat er in Bulgarije effectieve rechtsmiddelen bestaan.
Verder werd het beroep op artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW) afgewezen omdat Nederland geen rechtsmacht heeft over het strafbare feit. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Bulgarije toe ondanks bezwaren over procedure en mensenrechten.