ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1874
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens ongeldig adres niet rechtsgeldig volgens WWB
Verzoeker ontvangt sinds januari 2011 een bijstandsuitkering. Verweerder schortte de uitkering op en trok deze per 1 juni 2012 in wegens het ontbreken van een geldig (post)adres. Verzoeker woont feitelijk bij zijn vader, maar het GBA-adres wijkt hiervan af. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit van verweerder gebaseerd is op een verkeerde wettelijke grondslag (artikel 54 WWB Pro), terwijl artikel 40 WWB Pro van toepassing is bij adreskwesties. Verweerder hanteert een werkwijze waarbij het niet overeenkomen van het feitelijke woonadres met het GBA-adres leidt tot intrekking, wat volgens de rechter niet toereikend is en verder gaat dan het begrip woonplaats in artikel 40 WWB Pro.
De rechter verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeert dat verweerder niet mag volstaan met alleen het verschil tussen feitelijk woonadres en GBA-adres, zeker als de hoofdbewoner niet meewerkt aan wijziging van de inschrijving. Daarom is de intrekking onterecht en wordt het besluit geschorst tot de rechtbank uitspraak doet in een eventueel beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wegens ongeldig adres wordt geschorst en de uitkering wordt hervat.