ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1423
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.A.G. de Vries
- R. Hirzalla
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor poging tot verkrachting en ontuchtige handelingen
Op 17 augustus 2012 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot verkrachting en het plegen van ontuchtige handelingen op of omstreeks 10 mei 2012 in Amsterdam.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 15 maanden en een schadevergoeding van €750,-. Verdachte werd ervan beschuldigd de aangeefster te hebben bedreigd met verkrachting, haar vast te pakken en ontuchtige handelingen te verrichten. De verdediging pleitte vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het plaatsen van de hand op het lichaam tussen hals en linkerborst geen ontuchtige handeling is zoals bedoeld in artikel 246 Sr Pro. Ook was de bedreiging met verkrachting onvoldoende concreet en ernstig om redelijke vrees te rechtvaardigen. De woorden van verdachte werden gezien als uiting van seksuele wens, niet als bedreiging.
Gezien het ontbreken van bewijs voor de ten laste gelegde feiten verklaarde de rechtbank deze niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot verkrachting en ontuchtige handelingen.