ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0769
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ex-directieleden ING tot onvoorwaardelijke indexering pensioenen
De zaak betreft een collectieve vordering van een belangenvereniging en enkele ex-directieleden van ING, die een onvoorwaardelijk recht op indexering van hun pensioenen opeisten. De arbeidsovereenkomsten uit 1996 bevatten een bepaling dat het ingegane pensioen wordt aangepast aan de consumentenprijsindex, met een maximum van 3% per jaar, tenzij anders wordt besloten. De eisers stelden dat dit recht onvoorwaardelijk was en dat ING onrechtmatig handelde door in 2010 en 2011 geen indexatie toe te kennen.
ING voerde verweer met het standpunt dat de indexatie steeds voorwaardelijk is geweest en dat de pensioenreglementen en communicatie dit bevestigen. ING stelde dat zwaarwegende redenen, waaronder financiële marktomstandigheden en staatssteun, het niet indexeren rechtvaardigden. De kantonrechter paste de Haviltex-maatstaf toe en oordeelde dat de tekst van de arbeidsovereenkomst en de gedragingen van partijen wijzen op een voorwaardelijk recht op indexatie.
De verklaringen van eisers en enkele brieven van ING konden het oordeel niet veranderen. De kantonrechter concludeerde dat er geen onvoorwaardelijk recht op indexatie bestaat en dat ING niet toerekenbaar tekort is geschoten. De vorderingen werden daarom afgewezen. Binding werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onvoorwaardelijke indexering van pensioenen wordt afgewezen wegens voorwaardelijkheid en zwaarwegende redenen.