ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0574
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht en rechtsmacht bij alimentatie en vermogensafwikkeling na echtscheiding
In deze zaak oordeelt de rechtbank Amsterdam over de rechtsmacht en het toepasselijke recht met betrekking tot partneralimentatie en de vermogensrechtelijke afwikkeling van een echtscheiding. Partijen zijn in British Columbia (Canada) gehuwd en hebben daarna in Nederland gewoond. De echtscheiding is uitgesproken door deze rechtbank.
Verweerder verzocht om vaststelling van een bijdrage in zijn levensonderhoud, waarbij hij Nederlands recht als toepasselijk zag. Verzoeker betoogde dat het recht van British Columbia van toepassing is, omdat het huwelijk nauwer verbonden is met dat recht. De rechtbank volgt verzoeker en overweegt dat de verbondenheid met het huwelijk en de omstandigheden tijdens het huwelijk bepalend zijn, niet de huidige woonplaats of intenties na het huwelijk.
Ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 van toepassing. Gelet op de feiten, waaronder het huwelijk in BC, de Canadese nationaliteit en de eerste gewone verblijfplaats in Canada, is het recht van British Columbia van toepassing. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid hun verzoeken nader te concretiseren en bepaalt een vervolgdatum voor de mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het recht van British Columbia is van toepassing op de alimentatieverplichting en vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding.