ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0154
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van pseudo-vertegenwoordigers voor onbetaalde facturen van niet-opgerichte vennootschap
Great East Industrial Ltd vordert betaling van onbetaalde facturen van leveringen aan NED en BCT B.V. in oprichting (BCT i.o.). NED en BCT i.o. zijn failliet verklaard en BCT i.o. is nooit opgericht. De gedaagden [A], [B] en [C] hebben namens BCT i.o. rechtshandelingen verricht, maar zonder vertegenwoordigingsbevoegdheid.
De rechtbank beoordeelt de vorderingen op grond van pseudo-vertegenwoordiging (art. 3:70 jo Pro. 3:78 BW) en stelt vast dat de gedaagden gerechtvaardigd de indruk wekten namens BCT B.V. te handelen. Hierdoor zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die Great East lijdt door het ontbreken van een rechtsgeldige vertegenwoordiging.
De rechtbank vermindert de vordering met een geaccepteerde schadepost van EUR 15.000,-- wegens ondeugdelijke levering. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen, maar wettelijke rente op grond van art. 6:119 BW Pro wordt toegewezen. De vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de reconventionele vorderingen worden afgewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de onbetaalde facturen verminderd met een schadepost en in de proceskosten.