ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9623
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Eggink
- T.P.J. de Graaf
- C. Bakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitbreiding opvangvoorziening op grond van de Wmo wegens toereikendheid reeds geboden voorziening
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, vroeg om een uitbreiding van een opvangvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hij ontving reeds een maandelijkse vergoeding van €375,00 via het Wereldhuis en een nabetaling van ongeveer €2.000,00 van de gemeente. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser geen recht had op een individuele voorziening zonder rechtmatig verblijf en omdat er sprake was van een voorliggende voorziening op grond van de Wet COA.
De rechtbank stelde vast dat eiser in de periode van 14 oktober 2011 tot 26 januari 2012 geen rechtmatig verblijf had en daardoor geen aanspraak kon maken op individuele voorzieningen. Wel was eiser een kwetsbare persoon die bescherming geniet onder het EVRM. De rechtbank oordeelde dat de reeds geboden opvangvoorziening, bestaande uit financiële ondersteuning en medische zorg, toereikend was en dat de dreiging van dakloosheid onvoldoende was om een ruimere voorziening te rechtvaardigen.
Verder erkende de rechtbank dat de betrokkenheid van twee bestuursorganen bij de opvangbeslissing tot onduidelijkheid en vertraging kan leiden, maar dat deze onzekerheid niet ten laste van eiser mag komen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan concretisering. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde verweerder niet in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitbreiding van de opvangvoorziening op grond van de Wmo wordt ongegrond verklaard omdat de reeds geboden voorziening toereikend is.