ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9438
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierecht bij vordering tot medewerking levering onroerend goed
In deze zaak heeft verzoeker verzet ingesteld tegen het door de griffier geheven griffierecht van €1.436 in een kort gedingprocedure waarbij hij vorderde dat gedaagde medewerking verleent aan de levering van een verkochte onroerende zaak tegen betaling van €600.000.
Verzoeker stelde dat de vordering niet strekte tot betaling van een geldsom, maar slechts tot medewerking aan het verlijden van een akte, zodat slechts het lagere griffierecht van €267 verschuldigd zou zijn. De rechtbank oordeelde dat voor de bepaling van het griffierecht het financieel belang van de zaak leidend is, waarbij het criterium is of de vordering betaling van een geldsom meebrengt.
Hoewel verzoeker formeel geen betaling van €600.000 heeft gevorderd, zou bij toewijzing van de vordering betaling van dit bedrag een te verrichten handeling zijn, en bij uitblijven van betaling dwangsommen verschuldigd zijn. Dit maakt het financieel belang voldoende hoog om het volledige griffierecht te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het verzet daarom ongegrond en handhaafde de griffierechtenheffing van €1.436.
Uitkomst: Het verzet tegen het geheven griffierecht van €1.436 wordt ongegrond verklaard.