ECLI:NL:RBAMS:2012:BX5124
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens weggevallen vertrouwen en onvoldoende herplaatsing
De werknemer was sinds 1991 in dienst van KCT en vervulde een HR-functie die door reorganisatie en automatisering sterk was verminderd. KCT heeft de functie van de werknemer laten vervallen en een voorstel gedaan voor een lagere functie met aanzienlijk lager salaris, wat niet voldeed aan het eigen Protocol Arbeidsvoorwaardenregeling.
Partijen hebben onderhandeld en mediation gevoerd, maar bereikten geen overeenstemming. De werknemer werd vanaf november 2011 vrijgesteld van werk. KCT stelde dat de functie vervallen was door bedrijfseconomische redenen en dat passende functies waren aangeboden, wat de werknemer betwistte.
De kantonrechter oordeelde dat de goede verstandhouding tussen partijen was verdwenen en dat KCT onvoldoende had onderbouwd dat er een dwingende noodzaak was voor het vervallen van de functie. Ook had KCT onvoldoende inspanningen verricht om de werknemer passend te herplaatsen en het voorstel was niet conform het eigen protocol.
Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 mei 2012 en werd aan de werknemer een billijke vergoeding van €150.000 toegekend, mede gelet op het lange dienstverband, leeftijd en inkomensachteruitgang. KCT kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken tot 2 april 2012, waarna de ontbinding en vergoeding rechtskracht kregen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2012 en aan de werknemer wordt een vergoeding van €150.000 toegekend.