ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4479
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deels toewijzing overlevering aan Polen wegens strafbare feiten en softdrugsbezit
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 juni 2012 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof vier vonnissen van het District Court te Radom, Polen, voor diverse strafbare feiten. De verdachte werd vertegenwoordigd door een raadsman en ondersteund door een tolk.
De verdediging voerde aan dat niet duidelijk was of de verdachte correct was geïnformeerd over rechtsmiddelen tegen twee vonnissen (VIII K 1015/09 en VIII K 1516/09). De officier van justitie stelde dat de verdachte voldoende op de hoogte was gesteld en dat de appeltermijn was verstreken. De rechtbank oordeelde dat voor vonnis VIII K 1015/09 geen weigeringsgrond bestond, maar dat voor vonnis VIII K 1516/09 de overlevering geweigerd moest worden vanwege het ontbreken van een ondubbelzinnige garantie over de mogelijkheid tot verzet of hoger beroep.
Daarnaast werd overlevering geweigerd voor vonnissen VIII K 433/09 en VIII K 2039/09, omdat deze betrekking hadden op het bezit van zeer geringe hoeveelheden marihuana, wat volgens Nederlands recht geen strafbaar feit oplevert met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden. Voor het vonnis VIII K 1015/09, dat betrekking had op diefstal met braak, werd de overlevering toegestaan omdat dit feit zowel onder Pools als Nederlands recht strafbaar is met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering slechts deels kon worden toegestaan, waarbij de strafbare feiten en de waarborgen van het Europees aanhoudingsbevel zorgvuldig werden getoetst aan de Nederlandse wet en internationale verplichtingen.
Uitkomst: De overlevering aan Polen wordt toegestaan voor diefstal, maar geweigerd voor bezit van kleine hoeveelheden softdrugs en een verstekvonnis.