ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4461
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederlandse verdachte aan Belgische justitie wegens georganiseerde diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 juni 2012 een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Turnhout. De officier van justitie had een nieuwe vordering ingediend nadat een eerdere vordering was ingetrokken, wat door de rechtbank als juridisch correct werd beoordeeld. De verdediging voerde een ontvankelijkheidsverweer aan, stellende dat het EAB mogelijk niet meer geldig was en dat alternatieven zoals het horen van de verdachte als getuige onderzocht moesten worden. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen omdat geen aanwijzingen waren dat het EAB niet gehandhaafd werd.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat het strafbare feit, te weten georganiseerde of gewapende diefstal, op de lijst van strafbare feiten in bijlage 1 van de Overleveringswet stond. De verdachte heeft de Nederlandse nationaliteit, waardoor overlevering alleen kan plaatsvinden indien garanties zijn gegeven dat hij een opgelegde straf in Nederland kan ondergaan. De Belgische autoriteiten gaven deze garantie, welke door de rechtbank als voldoende werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde verder dat geen weigeringsgronden van artikel 13 Overleveringswet Pro van toepassing waren, ondanks dat een Nederlands kenteken mogelijk betrokken was bij het strafbare feit. Gezien het voldoen aan alle wettelijke vereisten en het ontbreken van beletselen, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek wegens georganiseerde diefstal.