ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3886
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt bevoegdheid Reclame Code Commissie en vrijheid van meningsuiting
Eiser, een chiropractor, plaatste een advertentie in het Parool die werd bekritiseerd door een arts verbonden aan de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Tegen deze reclame-uiting werd een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie (RCC), onderdeel van de Stichting Reclame Code (SRC). Eiser vorderde in kort geding dat de RCC werd verboden een oordeel te geven over zijn reclame en dit openbaar te maken.
De rechtbank overwoog dat het oordeel van de RCC geen rechtspraak is, maar een mening over de naleving van de Nederlandse Reclame Code. Eiser is niet gebonden aan de procedures of aanbevelingen van de RCC, maar kan niet verhinderen dat de RCC een oordeel vormt en publiceert. Dit volgt uit het recht op vrije meningsuiting zoals gewaarborgd in artikel 10 EVRM Pro.
De rechtbank vond onvoldoende aannemelijk dat de RCC onrechtmatig zou handelen bij openbaarmaking van haar oordeel, ook niet als het oordeel negatief voor eiser uitvalt. De vorderingen van eiser werden afgewezen. Ook de vordering tot benoeming van een nieuwe voorzitter werd afgewezen, omdat de huidige voorzitter voldoet aan de vereisten van het reglement.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee bevestigde de rechtbank de rol van de RCC als toezichthouder op reclame en het belang van vrije meningsuiting in dit kader.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt het recht van de Reclame Code Commissie om klachten te behandelen en haar oordeel openbaar te maken.