ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3744
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte diefstal naar Hongarije ondanks lopende Nederlandse strafzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Hongarije. De verdachte, met de Hongaarse nationaliteit, wordt verdacht van diefstal door twee of meer verenigde personen. De verdediging voerde aan dat de overlevering zou leiden tot een flagrante schending van artikel 5 EVRM Pro vanwege de onzekere en mogelijk langdurige detentie in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat het strafbare feit zowel in Hongarije als Nederland strafbaar is met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden. De verdediging betoogde dat de detentie in Nederland onrechtmatig zou zijn en dat de verdachte na overlevering slechts als getuige zou worden gehoord, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake is van een flagrante schending van rechten op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet en dat de detentie maandelijks wordt getoetst. Het verzoek tot aanhouding voor nadere inlichtingen werd afgewezen. De overlevering werd toegestaan en tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Hongarije toe ondanks lopende Nederlandse strafzaak en wijst het beroep op schending van artikel 5 EVRM af.