ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3381
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Groot-Brittannië ondanks levenslange gevangenisstraf
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2012 een vordering tot overlevering van een Britse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Judge te Liverpool. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van diverse ernstige feiten, waaronder mishandeling en bedreiging.
De verdediging voerde aan dat de mate van betrokkenheid onvoldoende was omschreven en dat overlevering op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW) moest worden geweigerd vanwege de levenslange gevangenisstraf zonder periodieke toetsing in Groot-Brittannië, wat een schending van het EVRM zou betekenen. De rechtbank stelde echter vast dat er wel een periodieke toetsing plaatsvindt na 22 jaar en dat Groot-Brittannië zijn verdragsverplichtingen naleeft.
Verder oordeelde de rechtbank dat de strafbare feiten zowel in Nederland als in Groot-Brittannië strafbaar zijn en dat de weigeringsgrond van artikel 13, eerste lid, onder a, OLW niet van toepassing is omdat het leeuwendeel van de feiten in Groot-Brittannië is gepleegd en het onderzoek daar is gestart.
De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat geen beletselen bestaan voor overlevering. De overlevering wordt daarom toegestaan voor zowel het strafrechtelijk onderzoek als de uitvoering van de opgelegde straf.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Groot-Brittannië toe voor strafrechtelijk onderzoek en uitvoering van de levenslange gevangenisstraf.