ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3168
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- B. van Berge Henegouwen
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen begunstiging na moord door vernietigen van sporen
Op 7 april 2006 werd het stoffelijk overschot van het slachtoffer aangetroffen met drie schotwonden in het hoofd. Verdachte en zijn mededaders hebben de auto, waarin de moord had plaatsgevonden, opgehaald en naar een autosloperij gebracht om sporen te vernietigen. Verdachte heeft dit medeplegen van begunstiging gepleegd met het oogmerk het misdrijf te bedekken en het opsporingsonderzoek te bemoeilijken.
De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens onrechtmatige taps en ontkende de betrokkenheid van verdachte bij het wegmaken van de auto. De rechtbank verwierp dit verweer omdat er geen aanwijzingen waren dat de geheimhoudersgesprekken tot belastende verklaringen hadden geleid en het bewijs overtuigend was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was en wees de eis van het Openbaar Ministerie toe tot een taakstraf van 240 uur met vervangende hechtenis bij niet-naleving. De redelijke termijn was niet overschreden ondanks de lange duur van het onderzoek, mede door complexiteit en samenhang met medeverdachten.
De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, de persoon van verdachte en zijn medewerking aan het onderzoek. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen dan het bewezen verklaarde medeplegen van begunstiging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur wegens medeplegen van begunstiging door het wegmaken van een auto waarin een moord was gepleegd.