ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1531
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging achtergestelde leningsovereenkomsten DSB Bank wegens dwaling en onvoldoende informatieverstrekking
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen particuliere geldverstrekkers en curatoren van het faillissement van DSB Bank over achtergestelde leningsovereenkomsten. De geldverstrekkers vorderden hun resterende vorderingen als concurrente schuldeisers erkend te krijgen, stellende dat de overeenkomsten vernietigbaar waren wegens dwaling en dat DSB Bank haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende te informeren.
De rechtbank oordeelde dat de verstrekte informatie over de werking en kenmerken van de achtergestelde leningen voldoende was, maar dat DSB Bank naliet om te informeren over het feit dat zij sinds 27 september 2007 onder verhoogd toezicht van De Nederlandsche Bank stond. Dit verhoogde toezicht en de daarmee samenhangende financiële risico's waren essentiële informatie voor particuliere geldverstrekkers die hun geld voor langere tijd beschikbaar stelden.
De rechtbank stelde vast dat DSB Bank door het niet melden van het verhoogde toezicht een onjuist beeld gaf en daarmee een mededelingsplicht schond, wat kwalificeert als dwaling. De overeenkomsten werden daarom vernietigd, en de terug te betalen bedragen minus reeds ontvangen rente en depositogarantiestelseluitkering werden als concurrente vorderingen toegelaten in het faillissement. Curatoren werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de achtergestelde leningsovereenkomsten wegens dwaling en erkent de vorderingen als concurrente schuldeisers in het faillissement van DSB Bank.