ECLI:NL:RBAMS:2012:BX0651
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom en ontheffingswijziging waterhuishouding Kerkeindsche polder
De zaak betreft een geschil tussen eiser en het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht over een last onder dwangsom en de afwijzing van een verzoek tot wijziging van een ontheffing voor het plaatsen van een brug in een watergang. Verweerder stelde dat de afvoercapaciteit van het watersysteem beperkt is en dat de brug, zoals gebouwd, leidt tot extra opstuwing die het functioneren van het watersysteem belemmert. Eiser voerde aan dat de extra opstuwing gering is en dat de kosten van herbouw hoog zijn.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het waterhuishoudkundige belang zwaarder heeft gewogen dan het financiële belang van eiser, mede omdat eiser de kosten van herbouw kan dragen en verweerder een aanbod had gedaan om mee te werken aan een vrije overspanning. De rechtbank constateerde dat verweerder bevoegd was tot handhaving en afwijzing van het wijzigingsverzoek.
Echter, vanwege een motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit vernietigde de rechtbank het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand conform artikel 8:72 Awb Pro. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit wegens motiveringsgebrek maar laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt verweerder tot proceskostenvergoeding.