ECLI:NL:RBAMS:2012:BX0636
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Luxemburg, voorrang aan Denemarken
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Luxemburg op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de justitiële autoriteiten in Luxemburg. De opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid bij diefstal en roofoverval in Luxemburg in 2008. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de wettelijke vereisten, waaronder voldoende omschrijving van de feiten en identiteit van de opgeëiste persoon.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende informatie bevatte en dat de opgeëiste persoon onschuldig is omdat hij in de betreffende periode in Servië gedetineerd zou zijn geweest. De rechtbank verwierp deze verweren omdat het EAB aan de eisen voldoet en de opgeëiste persoon zijn onschuld niet aannemelijk heeft gemaakt. Tevens werd vastgesteld dat de strafbare feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW) staan, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft.
Daarnaast was er sprake van een samenloop van EAB's van Luxemburg en Denemarken. De officier van justitie stelde dat overlevering aan Denemarken voorrang moet krijgen, wat de rechtbank op basis van overleg tussen de autoriteiten bevestigde. De rechtbank besloot de overlevering aan Luxemburg toe te staan, met voorrang aan Denemarken, en wees het beroep op nadere informatie en aanhouding van de zaak af.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Luxemburg toe, met voorrang aan Denemarken.