ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9328
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot plaatsing rolluiken aan gemeenschappelijke buitenmuur VvE Meander IV
De zaak betreft een geschil tussen appartementseigenaren en de Vereniging van Eigenaars (VvE) Meander IV over het plaatsen van twee rolluiken aan de gemeenschappelijke buitenmuur van het gebouw. De verzoekers hadden zonder voorafgaande toestemming van de VvE deze rolluiken aangebracht, waarna de VvE besloot geen toestemming te verlenen en verwijdering te gelasten.
De kantonrechter oordeelde dat de buitenmuur een gemeenschappelijk gedeelte is en dat de VvE bevoegd is nadere voorschriften te stellen over het plaatsen van uitstekende voorwerpen zoals rolluiken. De VvE voert een zero tolerance beleid tegen rolluiken vanwege de negatieve uitstraling, kans op graffiti en handhavingsproblemen.
Hoewel verzoekers stelden dat hun rolluiken weinig visuele impact hebben en zij bereid zijn afspraken te maken over gebruik, vond de kantonrechter dat het toestaan van rolluiken precedentwerking kan veroorzaken en de woonsfeer negatief beïnvloedt. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een zeer uitzonderlijke veiligheidsomstandigheid is die plaatsing rechtvaardigt.
De rechtbank concludeerde dat het besluit van de VvE niet zonder redelijke grond is genomen en wees het verzoek af. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot plaatsing van rolluiken aan de gemeenschappelijke buitenmuur wordt afgewezen; proceskosten worden gecompenseerd.