ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8667
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte seksuele uitbuiting minderjarigen aan België
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Onderzoeksrechter te Leuven. De verdachte werd verdacht van een strafbaar feit inzake seksuele uitbuiting van minderjarigen. Aanvankelijk werd het feit aangeduid als een delict waarvoor dubbele strafbaarheid niet vereist is, maar een brief van de uitvaardigende autoriteit corrigeerde dit, waardoor dubbele strafbaarheid wel van toepassing bleek.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en bevestigde zijn Belgische nationaliteit en detentie in Nederland. Vervolgens beoordeelde zij of het EAB voldeed aan de vereisten van de Overleveringswet, met name artikel 7 lid 1 onder Pro a, tweede OLW, betreffende de strafbaarheid en strafmaat. Geconstateerd werd dat het feit zowel onder Belgisch als Nederlands recht strafbaar is en dat de strafmaat in beide landen een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden omvat.
De raadsman van de verdachte verwees naar het oordeel van de rechtbank, die geen weigeringsgronden zag. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.W. Vriethoff en de rechters mr. H.P. Kijlstra en mr. N.J. Koene.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar seksuele uitbuiting van minderjarigen.