ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8616
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom bij eenmalige naamvermelding ondanks hofverbod ter bescherming privacy
In deze zaak vorderden SBS Broadcasting B.V., Endemol Nederland B.V. en [A] (eisers) een verbod tegen [C] en [B] (gedaagden) om dwangsommen te incasseren die waren opgelegd wegens vermeende overtredingen van een hofverbod. Het hof had bepaald dat in een uitzending de echte namen van [C] en [B] vervangen moesten worden door fictieve namen ter bescherming van hun privacy. Ondanks deze voorwaarden was in de uitzending éénmaal de echte naam van [C] genoemd.
De voorzieningenrechter overwoog dat het doel van het hofverbod was om de privacy van [C] en [B] te beschermen tegen herkenning door het algemene publiek. De eenmalige vermelding van de echte naam van [C] werd gezien als een vergissing die onvoldoende aanleiding gaf tot het verbeuren van de dwangsom, omdat het algemene publiek niet kon herleiden wie met die naam werd bedoeld. Het feit dat een bekende van [C] hem herkende, was niet relevant voor het doel van het verbod.
De rechtbank wees de vordering van [C] en [B] tot betaling van de dwangsommen af en verbood hen executiemaatregelen te treffen voor zover deze betrekking hadden op de eenmalige naamvermelding. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat een te goeder trouw gemaakte, geringe overtreding van een hofverbod niet automatisch leidt tot verbeurte van dwangsommen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat een eenmalige naamvermelding geen overtreding is van het hofverbod en verbiedt executiemaatregelen voor de dwangsom.