ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8227
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging alcoholslotprogramma na alcoholgebruik op snorfiets
Verzoeker werd aangehouden met een ademalcoholgehalte van 625 µg/l terwijl hij een snorfiets bestuurde. Het CBR legde hem daarop een alcoholslotprogramma op, omdat hij als bestuurder van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs vereist is, niet langer aan de geschiktheidseisen zou voldoen.
Verzoeker betoogde dat het alcoholslotprogramma een punitieve sanctie is en dat hij een snorfiets bestuurde waarvoor geen rijbewijs vereist is, waardoor het vermoeden als bedoeld in artikel 130 WVW Pro niet juist zou zijn. Ook stelde hij dat de maatregel zijn doel voorbij schiet omdat hij nog steeds snorfiets mag rijden terwijl zijn auto een alcoholslot heeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het alcoholslotprogramma een herstelmaatregel is en geen straf, bedoeld om bestuurders te leren een scheiding aan te brengen tussen alcoholgebruik en rijden. De snorfiets valt onder de definitie van bromfiets waarvoor een rijbewijs vereist is, en het CBR heeft geen beoordelingsvrijheid om af te wijken van de maatregel. De gevolgen voor het bedrijf van verzoeker zijn niet relevant voor de toetsing.
Gelet op deze overwegingen zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om het besluit te schorsen en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het opleggen van het alcoholslotprogramma wordt afgewezen.