ECLI:NL:RBAMS:2012:BW5492
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en doorbetaalde non-actiefstelling
De werknemer was sinds 1998 in dienst bij De Bonneterie en werd per 1 mei 2011 ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. De werkgever kampte met grote verliezen en sloot het atelier waar de werknemer werkte. De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en betaling van niet-genoten vakantiedagen en tijd-voor-tijd-uren.
De werkgever had de werknemer gedurende vijf maanden vrijgesteld van werkzaamheden met doorbetaling van salaris, teneinde ander werk te zoeken. De werknemer verrichtte tijdens deze non-actiefperiode echter ook werkzaamheden bij een andere werkgever zonder dit tijdig te melden, wat in strijd werd geoordeeld met de procesregels.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijfseconomische situatie van de werkgever voldoende was onderbouwd en dat de doorbetaling tijdens de non-actiefstelling als compensatie moest worden gezien. Er was geen sprake van kennelijk onredelijk ontslag en de vorderingen tot betaling van vakantiedagen en tijd-voor-tijd-uren strandden op de gemaakte afspraken. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer wegens kennelijk onredelijk ontslag en betaling van vakantiedagen worden afgewezen.