ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4341
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voogdij wegens weigering toestemming opname minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om voorlopige voogdij over een 16-jarige minderjarige, omdat de moeder geen toestemming verleende voor opname van de minderjarige in een open behandelinstelling (Arkemeyde). De minderjarige was recent weggelopen uit een andere instelling (LIJN 5) en verbleef zonder toestemming bij de moeder. De Raad stelde dat plaatsing noodzakelijk was vanwege eerdere lichamelijke agressie tussen moeder en kind.
De kinderrechter overwoog dat de minderjarige van 16 jaar volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) zelf bekwaam is om toestemming te geven voor behandeling en opname, zonder dat toestemming van de ouder vereist is. Zowel de moeder als de minderjarige zelf stemden niet in met de opname. Het verzoek om de moeder tijdelijk te schorsen in het gezag werd afgewezen omdat dit niet de belemmeringen voor opname zou wegnemen.
De moeder gaf aan de minderjarige zelf te willen opvoeden en geen toestemming te verlenen vanwege een eenmalig incident. De minderjarige wilde bij haar moeder blijven wonen. De kinderrechter concludeerde dat er geen feiten waren die tijdelijke ontheffing van het gezag rechtvaardigen en wees het verzoek af. De Raad en BJZ werd aanbevolen te beoordelen of opname in gesloten jeugdzorg noodzakelijk is.
De beschikking werd uitgesproken op 23 april 2012 door kinderrechter R. van de Water.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voogdij en schorsing van de moeder in het gezag wordt afgewezen.